maart 2019

Door fijnstof in de lucht leven we gemiddeld een jaar korter

Als de lucht die wij Nederlanders inademen schoon zou zijn, zouden we gemiddeld 1 jaar langer leven. Dit gezondheidsverlies is vooral te wijten aan langdurige blootstelling aan fijnstof in de lucht. Naast langdurige blootstelling, leidt ook kortdurende blootstelling aan hoge piekniveau’s van fijnstof tot vroegtijdige sterfte.


Verschillende stoffen in de lucht zijn schadelijk voor de volksgezondheid, zoals koolmonoxide, stikstofdioxide, fijnstof, ozon en vluchtige organische stoffen zoals PAK’s. Van deze stoffen is fijnstof veruit de belangrijkste ‘verdachte’. Fijnstof, afgekort als PM, zijn feitelijk alle deeltjes in de lucht met een diameter kleiner dan 10 µm ( 0,01 millimeter). Hieronder vallen PM10, PM2,5 en PM0,1 (utltrafijnstof zie ook het Dashboard Luchtkwaliteit).
De deeltjes binnen PM10, PM2,5 en PM0,1 kunnen sterk van elkaar verschillen. De kleinere deeltjes kunnen dieper in de haarvaten van de longen binnendringen dan de grovere deeltjes. PM10  bevat zeezout en zanddeeltjes maar ook roetdeeltjes afkomstig van verbrandingsprocessen.

Verkeer en vervoer produceren veel fijnstof
De transportsector blijkt een substantiële bijdrage te leveren aan de productie van fijnstof. Fijnstof kan leiden tot een verhoogd risico op hart- en vaatziekten en luchtwegaandoeningen en een verhoogde kans om aan een van deze aandoeningen te sterven. In de EU kwamen in 2015 als gevolg van PM2,5  310.000 mensen voortijdig om het leven; hiervan waren 42.000 slachtoffers  gerelateerd aan de transportsector.
Het gebruik van niet duurzame motorvoertuigen (benzine en dieselmotoren) zorgt voor het merendeel van de uitstoot van stikstofdioxide (NO2) en ozon (O3) in Nederland. Het aantal vroegtijdige sterftegevallen door NO2 en is O3 is echter veel lager dan door PM2,5; in Nederland zijn er in 2015 circa 9.800 personen door de effecten van PM2,5 om het leven gekomen, versus 290 door O3 en 1.900 door NO2

Binnen de container fijnstof richten roetdeeltjes waarschijnlijk het grootste kwaad aan. Dit betekent dat mensen die langs drukke wegen wonen meer gezondheidsverlies ondervinden dan tot nu toe werd aangenomen. Mogelijk is het gezondheidsverlies door uitlaatgassen daar een factor 5 tot 10 hoger dan gemiddeld in Nederland. Het betekent ook dat schone(re) brandstoffen en minder motorvoertuigen op de weg veel meer gezondheidswinst zullen opleveren dan eerder werd gedacht.


Ook bij concentraties lager dan de normen treden gezondheidseffecten op
Om de volksgezondheid te verbeteren zijn in de Europese Unie normen van kracht die ervoor moeten zorgen dat de concentraties overal onder een bepaalde norm uit gaan komen. Voor fijnstof (PM10) is vanaf 2011 een jaargemiddelde norm van 40 µg/m3 van kracht. Bovendien mag niet meer dan 35 dagen in het jaar de daggemiddelde PM10-concentratie hoger zijn dan 50 µg/m3. Voor PM2,5  geldt vanaf het jaar 2015 een jaargemiddelde norm van 25 µg/m3. Voor NO2 geldt een jaargemiddelde norm van 40 µg/m3 vanaf het jaar 2015. 

Het is echter niet zo dat wanneer de concentraties onder de norm liggen, er geen schadelijke gezondheidseffecten optreden. Voor fijnstof is geen ondergrens, dat is altijd schadelijk. Zelfs zeer lage concentraties leiden tot negatieve effecten op de gezondheid. Uit de gecombineerde resultaten van 17 onderzoeken blijkt dat bij elke stijging van 5 microgram per kubieke meter aan deeltjes kleiner dan 2,5 micrometer, de kans op longkanker toeneemt met 18%.

Hoe hoog zijn de fijn-stofconcentraties op leefniveau?
Onderstaande figuur toont de gemiddelde PM10- en NO2-concentratie waaraan inwoners van Nederlandse gemeenten in 2017 werden blootgesteld.

Hieruit valt af te leiden dat nergens de jaargemiddelde norm van 40 µg/m3 voor PM10  wordt overschreden. De World Health Organization adviseert echter een lagere grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van PM10, namelijk 20,5µg/m3. Ruim een miljoen mensen in Nederland zijn in 2016, net als in 2015, blootgesteld aan concentraties boven deze WHO-advieswaarde. In 2017 bedroeg dit 700.000 mensen. Als niet wordt afgerond en wordt uitgegaan van 20,0 µg/m3 gaat het echter om 1,3 miljoen mensen. Het RIVM verwacht een stijging van het aantal berekende blootgestelden aan waarden boven de WHO-adviesnorm van 20,0 µg/m3 voor fijnstof tot ruim 2,2 miljoen blootgestelden in 2020. 


Bevolkingsgewogen jaargemiddelde blootstelling aan PM10 en NO2 in 2017
exclusief intensieve veehouderij (bron: Monitoringsrapportage NSL, RIVM 2018)

Onderstaande figuur en tabel laat zien dat de hoogste blootstellingniveaus door de jaren heen zijn afgenomen. En dat de hoogste concentraties zijn te vinden in de provincies Noord-Brabant, Limburg en Utrecht. Tussen 2010 en 2017 zijn de berekende gemiddelde bevolkingsgewogen fijnstofconcentraties met ruim 7 μg/m3 gedaald. De gemiddelde concentratie fijnstof is in 2017 gedaald ten opzichte van 2015, maar het is onzeker of deze daling door zal zetten.

Bevolkingsgewogen concentratie PM10 gemiddeld per provincie in µg/m(Bron: Monitoringsrapportage NSL  RIVM 2018) 

Roet (EC) betere indicator dan fijnstof
PM10 is waarschijnlijk niet de meest geschikte indicator voor het meten van de effecten van verkeer op de volksgezondheid. Vanuit de wetenschap neemt de onderbouwing toe, om een andere indicator te gaan gebruiken. Een kansrijke kandidaat is roet (EC). Roet ontstaat als ultrafijnstof samenklontert. Het maakt deel uit van PM2,5. Er zijn geen normen voor roet, maar de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) hanteert wel een jaargemiddelde grenswaarde van 25 µg/m3 voor PM2,5. In Nederland wordt daar al aan voldaan. Overigens adviseert het WHO te streven naar een waarde van 10 µg/m3  voor PM2,5.

Gezondheidsexperts beschouwen roet als één van de meest schadelijke fracties van fijnstof, zowel voor effecten voor de korte als de lange termijn. Dat komt omdat roet, net als ultrafijnstof PM0,1 bestaat uit zeer kleine deeltjes die diep in de longen en in vaten kunnen doordringen. Mensen leven gemiddeld drie maanden korter bij een langdurige blootstelling aan 0,5 µg/m3 extra roet.
Roet komt vrij bij verbrandingsprocessen zoals in motoren, kachels en open haarden. Roetconcentraties geven een betere indicatie geven van de lokale effecten van verkeer op de gezondheid dan stikstofdioxiden en fijnstof. TNO en DCMR ramen dat de gezondheidseffecten van roet vijf keer hoger zijn. Ofwel een kleine wijziging in PM10 als gevolg van bijvoorbeeld een milieuzone vrachtverkeer zou dan een vijf keer hoger effect hebben op de gezondheid dan geraamd op basis van PM10 .

Voor een betere inschatting van de effecten van mobiliteit op de gezondheid, zou de bevolkingsgewogen blootstelling aan roet moeten worden berekend. Het RIVM publiceert al een landsdekkende roetkaart van Nederland. Het is duidelijk te zien dat roet zich concentreert rond de drukke wegen; met name bij Rijkswegen:





Bron: Atlas voor de Leefomgeving Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) voor de situatie in 2016.  


Vooral vlak langs een weg veel roet
Onderstaande figuur geeft de invloed weer van de afstand tot een drukke verkeersweg (A13) op de concentratie PM10, NO2 en roet (ZR, Zware Roet). Hieruit blijkt dat roet veel sterker afhankelijk is van de afstand tot de wegrand dan NO2 of PM10 . Zwarte Rook concentraties nemen sterk af met een toenemende afstand tot de weg. De NO2 en PM10 concentraties worden daarentegen minder beïnvloed door de nabijheid van een snelweg aangezien de bijdrage van de weg relatief klein is. NO2 en PM10 zijn daarmee minder goede voorspellers van gezondheidseffecten rond wegen.
BG: gemeten achtergrondconcentratie ZR: Zwarte Rook

Figuur 11              Concentratie van PM10en NO2 op 50 m en 200 m van de snelweg; BG is de gemeten achtergrondconcentratie (Bron: Fischer et al, 2007)


Relevante websites en literatuur




Lees verder in:

Geen opmerkingen:

Een reactie posten